Ashja Minhas
Hij/hem
Weliswaar niet geboren, maar wel getogen in Rotterdam. Mijn leven in de stad bestaat uit drie duidelijke fases, allemaal geworteld in Rotterdam-Zuid. In de jaren ’90 groeide ik op in de Afrikaanderwijk, in de inmiddels landelijk bekende Tweebosstraat. Daar maakte ik onmacht, onrecht, discriminatie, racisme en onbegrip van heel dichtbij mee. Ik groeide op in armoede, in een huis vol schimmels, in wat in 1995 de meest onveilige wijk van Nederland was. Later verhuisden we richting de Afrikaandermarkt en ging ik naar de middelbare school in Vreewijk. Daar werd het sociale verschil pijnlijk zichtbaar: een klas met welvarende leerlingen uit Barendrecht en kinderen uit Zuid die schoolboeken, ouderbijdragen en schoolreisjes niet konden betalen.
Vandaag de dag bevind ik mij in een heel andere levensfase: hoogopgeleid, met een bovenmodaal inkomen. Dat pad was allesbehalve vanzelfsprekend. Juist daarom raakt het mij dat ik dagelijks Rotterdamse kinderen zie opgroeien in omstandigheden die ik herken, zonder de weg te weten te vinden, in een onveilige omgeving. Ik voel me diep verknocht aan Zuid. Het is mijn huis, en de kinderen op Zuid voelen als mijn familie.
Mijn favoriete plek is de Afrikaandermarkt: levendig, rauw en verbindend. Ik stem op de Partij voor de Dieren omdat compassie, empathie en gelijkheid daar centraal staan. In een wijk met zoveel diversiteit en verschillende religieuze achtergronden is natuur een krachtige verbindende factor. Natuur biedt rust, veiligheid en ruimte om even te ontsnappen aan de dagelijkse stress van leven in armoede. Wat mij stoort, is dat vergroening in het gemeentelijk beleid vaak wordt gekoppeld aan het aantrekken van een hogere sociale klasse. Ik wil achter een partij staan die er écht voor iedereen is, die opkomt voor sterke dierenrechten en voor gelijkwaardige behandeling van alle mensen.
Mijn drijfveer is dat ieder Rotterdams kind mag dromen. Dat ouders zich niet hoeven te schamen door een racistisch bijstandsbeleid. Dat iedereen toegang heeft tot parken en natuur, en dat goede, duurzame en vegan horeca in de stad wordt gestimuleerd. Als jongen van de Afrikaanderwijk en kind van Zuid kan ik mij diep verplaatsen in wat jongeren en gezinnen meemaken, en juist daar wil ik positieve verandering brengen.
Concreet wil ik inzetten op het stimuleren van groene en duurzame voorzieningen, zoals het afbouwen van vervuilende havenindustrie en het vervangen daarvan door een groene campus. Ik wil sociale voorzieningen uitbreiden in wijken met de grootste achterstanden: meer bibliotheken, betere toegang tot cultuur, gratis bijles en zo veel mogelijk kosteloze toegang tot onderwijs. Een dikke portemonnee mag geen voorsprong kopen. Daarnaast geloof ik sterk in preventie, ondersteuning en zorg, en juist in het afbouwen van een repressieve aanpak.
Voor de wijk zie ik graag meer balans. Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid ervaar ik als een discriminerend programma dat uitgaat van het wegwerken van mensen die al decennia in de wijk wonen en afhankelijk zijn van sociale voorzieningen. In plaats daarvan worden hoogopgeleiden en investeerders aangetrokken zonder binding met de buurt. De wijk verdient diversiteit, échte vergroening voor alle bewoners – los van inkomen of afkomst. Inspiratie haal ik uit voorbeelden zoals in Zwitserland, waar braakliggend groen door migranten is omgevormd tot sociale volkstuinen die lokaal voedsel produceren. Ook verdient de bibliotheek een centrale plek, met werkplekken voor kinderen die thuis geen ruimte of voorzieningen hebben.
In mijn dagelijks leven leef ik al meer dan tien jaar vegan. Mijn hart is groen. Hoe een samenleving omgaat met dieren zonder stem, zegt alles over die samenleving. Ik geloof in het goede voorbeeld: inspireren door te doen. Ik geef bijles, lees voor en probeer zo terug te geven aan de stad wat ik zelf heb mogen ontvangen.