PERSBERICHT: Peperdure uitbreiding warmtenet Zuid-Holland houdt vervuiling in stand


30 januari 2019

DEN HAAG/ROTTERDAM, 30 januari 2019 – De Statenfractie van de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland en de gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren in Rotterdam spreken zich gezamenlijk uit tegen uitbreiding van het warmtenet in Zuid-Holland door middel van een kapitaalinjectie. Restwarmte uit het Rotterdamse havengebied is namelijk allesbehalve duurzaam.

In de vergadering van de Provinciale Staten van Zuid-Holland wordt vandaag beslist over een miljoeneninvestering voor uitbreiding van het warmtenet van Rotterdam naar Leiden. Een dag later wordt hierover beslist in de gemeenteraad van Rotterdam. Met de uitbreiding van het warmtenet wordt restwarmte uit het Rotterdamse havengebied afgevangen en via een pijpleiding vervoerd naar bedrijven in Zuid-Holland. Dat klinkt misschien duurzaam, maar is het niet. Want de restwarmte komt vrij tijdens afvalverbranding en olieraffinage en dit zijn de industrieën die erg belastend zijn voor milieu en klimaat. Door de aanleg van het warmtenet in de provincie Zuid-Holland wordt een perverse prikkel gegeven om de fossiele industrie in stand te houden en wordt een klimaatneutrale toekomst hierdoor juist belemmerd. Wij moeten in onze energiebehoefte niet afhankelijk worden van fossiele bedrijven, afvalverbranding en de verbranding van geïmporteerd hout in Rotterdamse biomassacentrales.

Om die reden zal de Partij voor de Dieren in zowel de Provinciale Staten van Zuid-Holland als in de gemeenteraad van Rotterdam tegen uitbreiding van het warmtenet stemmen. Carla van Viegen, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland: “Met het warmtenet geven we de afvalverwerking, de fossiele industrie en andere vervuilende bedrijven een extra reden om het milieu en het klimaat geweld aan te doen. Dat willen wij niet.” Ruud van der Velden, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Rotterdam: “De fossiele industrie loopt ten einde. Met restwarmte probeert zij haar bestaan nog een beetje te rekken. Ook dat willen we niet.”